Vertelstenen: Neem drie stenen en vertel een verhaal bij de plaatjes Rijmstenen: Zoek de stenen die rijmen bij elkaar

Story Starters, Writing Prompts, and Creative Drawing spark Children's Creativity and Imagination - Story Making

Coöperatieve les mix en ruil. De kinderen hebben hier cijferkaartjes en vertellen aan elkaar welk cijfer er op staat, daarna gaan ze samen overleggen welk getal het grootste getal is. Als ze dit hebben gedaan ruilen ze de kaartjes, bedanken elkaar en gaan op zoek naar een andere kleuter en herhalen de activiteit.

Coöperatieve les mix en ruil. De kinderen hebben hier cijferkaartjes en vertellen aan elkaar welk cijfer er op staat, daarna gaan ze samen overleggen welk getal het grootste getal is. Als ze dit hebben gedaan ruilen ze de kaartjes, bedanken elkaar en gaan op zoek naar een andere kleuter en herhalen de activiteit.

Coöperatieve les mix en ruil. De kinderen hebben hier cijferkaartjes en vertellen aan elkaar welk cijfer er op staat, daarna gaan ze samen overleggen welk getal het grootste getal is. Als ze dit hebben gedaan ruilen ze de kaartjes, bedanken elkaar en gaan op zoek naar een andere kleuter en herhalen de activiteit.

Coöperatieve les mix en ruil. De kinderen hebben hier cijferkaartjes en vertellen aan elkaar welk cijfer er op staat, daarna gaan ze samen overleggen welk getal het grootste getal is. Als ze dit hebben gedaan ruilen ze de kaartjes, bedanken elkaar en gaan op zoek naar een andere kleuter en herhalen de activiteit.

Kritisch luisteren. Allebei bouwen de kinderen wat jij zegt. Hebben ze hetzelfde gebouwd?

Kritisch luisteren. Allebei bouwen de kinderen wat jij zegt. Hebben ze hetzelfde gebouwd?

ruggenspraak. 2 verschillende zakjes. 1 zakje met een woordkaart, de andere leeg. door vragen te stellen probeert het kind de woordkaart te raden, als hij denkt wat het is gaat hij naar de klas en doet het voorwerp in de zak. hij laat de inhoud van de zak zien en vraagt of het goed is daarna wisselen. Kan ook andersom waarbij het voorwerp wordt omschreven.

ruggenspraak. 2 verschillende zakjes. 1 zakje met een woordkaart, de andere leeg. door vragen te stellen probeert het kind de woordkaart te raden, als hij denkt wat het is gaat hij naar de klas en doet het voorwerp in de zak. hij laat de inhoud van de zak zien en vraagt of het goed is daarna wisselen. Kan ook andersom waarbij het voorwerp wordt omschreven.

Onderwijs en zo voort ........: 1126. Coöperatieve werkvormen : Kaart 01-06

Onderwijs en zo voort ........: 1126. Coöperatieve werkvormen : Kaart 01-06

Zien is snappen : grip op lessen Nederlands voor anderstalige kinderen (2013). Auteurs: Josée Coenen en Marije Heijdenrijk.

Zien is snappen : grip op lessen Nederlands voor anderstalige kinderen (2013). Auteurs: Josée Coenen en Marije Heijdenrijk.

Woordenschatontwikkeling

Woordenschatontwikkeling

Pinterest
Search