Pak een kaart, kun je het hardop lezen dan mag je het houden. Zo niet dan terug in de pot. Pak je "BANG" dan moeten al je kaartjes terug in de pot.

I made this tonight starting out with the 13 sight words Trenton knows and one Bang card. A fun flashcard game that's perfect for learning sight words

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet...perfect voor die dagen wanneer je ineens tijd over houdt. Werkt leuk op digibord maar ook individueel of in tweetallen bij de computer. (Schrijf op wat je ziet, welk groepje ziet het meest?)

I spy game. Perfect for those days when you have 7 minutes left at the end of the period - quick, easy, fun, can be used for all levels, and easy to do in the target language.

Klanksoep! Vis een klank uit de soep. Ken je de klank (en het gebaar)? Dan mag je het soepballetje in jouw soepkom doen. Wie heeft de meeste balletjes in zijn soep? Zelfcorrigerend? Nee...maar reken er op dat ze elkaar corrigeren! ;)

Klanksoep! Vis een klank uit de soep. Ken je de klank (en het gebaar)? Dan mag je het soepballetje in jouw soepkom doen. Wie heeft de meeste balletjes in zijn soep? Zelfcorrigerend? Nee...maar reken er op dat ze elkaar corrigeren! ;)

Er liggen woorden op tafel. De lkr. leest telkens 1 woord voor. De lln. proberen zo snel mogelijk op het woord te slaan. Degene die op het juiste woord slaat, mag het kaartje houden. Degene met de meeste kaartjes wint het spel. Je kunt dit ook gebruiken in de Franse les. Er liggen allemaal Franse woorden op tafel (per 2-4). De lkr. leest het Nederlands woord voor en de lln. proberen zo snel mogelijk de vertaling te zoeken en slaan op het woord. Of je kunt de woorden vervangen door…

Call out a word and first person to slap it, adds it to their pile…. vocabulary, sight words, math facts… so many possibilities!I so remember the card slap game!

ruggenspraak. 2 verschillende zakjes. 1 zakje met een woordkaart, de andere leeg. door vragen te stellen probeert het kind de woordkaart te raden, als hij denkt wat het is gaat hij naar de klas en doet het voorwerp in de zak. hij laat de inhoud van de zak zien en vraagt of het goed is daarna wisselen. Kan ook andersom waarbij het voorwerp wordt omschreven.

ruggenspraak. 2 verschillende zakjes. 1 zakje met een woordkaart, de andere leeg. door vragen te stellen probeert het kind de woordkaart te raden, als hij denkt wat het is gaat hij naar de klas en doet het voorwerp in de zak. hij laat de inhoud van de zak zien en vraagt of het goed is daarna wisselen. Kan ook andersom waarbij het voorwerp wordt omschreven.

Pinterest
Search