Leerlingen vertellen in de klas vaak wat ze zelf hebben meegemaakt. Maar laat je ze ook wel eens een fictief verhaal vertellen? Dat kunnen ze best!

Leerlingen vertellen in de klas vaak wat ze zelf hebben meegemaakt. Maar laat je ze ook wel eens een fictief verhaal vertellen? Dat kunnen ze best!

NT2 kinderen spreken doorgaans minder Nederlands, dan kinderen uit autochtone gezinnen. Het is daarom belangrijk om te werken aan de woordenschat.

NT2 kinderen spreken doorgaans minder Nederlands, dan kinderen uit autochtone gezinnen. Het is daarom belangrijk om te werken aan de woordenschat.

Ademspelkaarten Voor Kinderen

Ademspelkaarten Voor Kinderen

Nog eens 14 manieren om letters te oefenen

Nog eens 14 manieren om letters te oefenen

Beginnende geletterdheid bij de kleuters is belangrijk. Het geeft de kans om kinderen een betere start in groep 3 te laten maken bij het leren lezen.

Beginnende geletterdheid bij de kleuters is belangrijk. Het geeft de kans om kinderen een betere start in groep 3 te laten maken bij het leren lezen.

Kinderen gericht aan het praten te krijgen - kan ook met gekleurde ijsstokjes of balletjes

Kinderen gericht aan het praten te krijgen - kan ook met gekleurde ijsstokjes of balletjes

Gespreksstarters voor kleuters

Gespreksstarters voor kleuters

handige 5 minuten spelletjes mbt taal bij kleuters. Zo werk je meteen aan de taaldoelen als je even tijd over hebt.

handige 5 minuten spelletjes mbt taal bij kleuters. Zo werk je meteen aan de taaldoelen als je even tijd over hebt.

Aan de slag met ‘Wie is het?’ » Juf Sanne

Aan de slag met ‘Wie is het?’ » Juf Sanne

ruggenspraak. 2 verschillende zakjes. 1 zakje met een woordkaart, de andere leeg. door vragen te stellen probeert het kind de woordkaart te raden, als hij denkt wat het is gaat hij naar de klas en doet het voorwerp in de zak. hij laat de inhoud van de zak zien en vraagt of het goed is daarna wisselen. Kan ook andersom waarbij het voorwerp wordt omschreven.

ruggenspraak. 2 verschillende zakjes. 1 zakje met een woordkaart, de andere leeg. door vragen te stellen probeert het kind de woordkaart te raden, als hij denkt wat het is gaat hij naar de klas en doet het voorwerp in de zak. hij laat de inhoud van de zak zien en vraagt of het goed is daarna wisselen. Kan ook andersom waarbij het voorwerp wordt omschreven.

Pinterest
Zoeken