ruggenspraak. 2 verschillende zakjes. 1 zakje met een woordkaart, de andere leeg. door vragen te stellen probeert het kind de woordkaart te raden, als hij denkt wat het is gaat hij naar de klas en doet het voorwerp in de zak. hij laat de inhoud van de zak zien en vraagt of het goed is daarna wisselen. Kan ook andersom waarbij het voorwerp wordt omschreven.

ruggenspraak. 2 verschillende zakjes. 1 zakje met een woordkaart, de andere leeg. door vragen te stellen probeert het kind de woordkaart te raden, als hij denkt wat het is gaat hij naar de klas en doet het voorwerp in de zak. hij laat de inhoud van de zak zien en vraagt of het goed is daarna wisselen. Kan ook andersom waarbij het voorwerp wordt omschreven.

We hebben een nieuwe cooperatieve werkvorm geleerd: zoek iemand die... Iedereen kreeg een werkblad en ging aan iemand anders vragen of hij/zij het antwoord wist op wat niet bij de herfst hoorde.Vervolgens kreeg je een wasknijper met icoon van degene die je geholpen had. Deze wasknijper werd vastgeklemd bij de opdracht. Alle kinderen hebben 6 wasknijpers met hun naam aan een bierviltje. Bierviltje met een touwtje om je nek.

We hebben een nieuwe cooperatieve werkvorm geleerd: zoek iemand die... Iedereen kreeg een werkblad en ging aan iemand anders vragen of hij/zij het antwoord wist op wat niet bij de herfst hoorde.Vervolgens kreeg je een wasknijper met icoon van degene die je geholpen had. Deze wasknijper werd vastgeklemd bij de opdracht. Alle kinderen hebben 6 wasknijpers met hun naam aan een bierviltje. Bierviltje met een touwtje om je nek.

Tafelrondje. Op A3 in 4 vakken gevouwen tekenen over onderwerp. Daarna aan elkaar vertellen. Om de beurt.

Tafelrondje. Op A3 in 4 vakken gevouwen tekenen over onderwerp. Daarna aan elkaar vertellen. Om de beurt.

Tekenen en zo: onderbouw cooperatief: samen 1 kip

Tekenen en zo: onderbouw cooperatief: samen 1 kip

Coöperatief leren

Coöperatief leren

Pinterest
Search